West-Indische Compagnie

Uit Bilgibog

Ga naar: navigatie, zoeken

De West-Indische Compagnie (WIC) werd in 1621 opgericht kreeg het handelsmonopolie voor alle koloniën in "de West", de Nederlandse gebiedsdelen in Amerika en West-Afrika.

Ook had de WIC tot doel om de Spaanse koloniën aan te vallen, in de hoop daardoor de toenmalige oorlog van Nederland met Spanje te kunnen verplaatsen naar gebieden buiten Europa.

Elmina

In 1637 pakten de Nederlanders het slavenfort in Elmina van de Portugezen af. Dat fort aan de Goudkust, het kustgebied van het huidige Ghana, vormde 150 jaar lang een van de belangrijkste centra van de transatlantische slavenhandel van de WIC. Vanuit Elmina werden alleen al de eerste 10 jaar daarna tienduizenden slaven, die 3 miljoen euro opbrachten, verscheept naar suikerplantages in Brazilië. Daar moesten ze zich dood werken voor een zo hoog mogelijke suikeropbrengst, die de Nederlandse kolonisatoren naar Europa vervoerden en verkochten. Met dat geld kon men weer nieuwe slaven voor de plantages kopen. Door deze driehoekshandel werden koopmannen en de overheid schatrijk. Het was voor de WIC van groot belang om de Nederlandse steunpunten op de West-Afrikaanse kust te behouden. Toen de Engelsen die in 1664 dreigden te veroveren, stuurde de Staten-Generaal daarom Michiel de Ruyter erheen. Hij verjoeg de Engelsen en stelde daarmee de Nederlandse handel in Afrikaanse slaven voorlopig veilig.

Bron(nen)

Bron(nen):
De tekst op deze pagina is voor een deel afkomstig van:


Persoonlijke instellingen