Nationaliteit

Uit Bilgibog

(Doorverwezen vanaf Staatsburgerschap)

Ga naar: navigatie, zoeken

De nationaliteit of staatsburgerschap wordt door de staten gebruikt om burgers te claimen. Met de paspoort wordt hier uitdrukking aan gegeven.

Dubbele nationaliteit

Onderling bestaat tussen veel staten al heel lang wedijver om de zeggenschap over bepaalde burgers. Rond de Eerste Wereldoorlog begonnen Europese staten hun burgers meer en meer te beheersen. Men probeerde vooral het wegtrekken of -vluchten tegen te gaan van specifieke groepen arbeiders en technici die nodig waren voor de oorlog. Na die oorlog gingen diverse staten zich ook steeds meer bemoeien met de burgers van buurstaten. Beweerd werd dan dat die mensen zouden behoren tot het eigen “volk”, en vaak verleende men hen dan ook het burgerschap van de eigen staat. Dat leidde tot grote groepen mensen met twee nationaliteiten, en tot veel fricties. In 1930 werd daarom in het internationale verdrag van Den Haag vastgelegd dat het het beste zou zijn als iedereen slechts één nationaliteit zou hebben.

Dat loste overigens niet veel op. Nog steeds weigeren veel staten hun burgers bijvoorbeeld de vrije keuze voor een andere nationaliteit. Ze weigeren simpelweg hun onderdanen los te laten. Zo meent de Marokkaanse staat bijvoorbeeld individuen te kunnen claimen, ook al hebben hun voorouders 10 generaties geleden Marokko verlaten en een nieuwe nationaliteit aangenomen. Het kan nog erger. Ook volgens Iran blijven zijn burgers altijd Iraans staatsburger, zelfs als ze zich tot bijvoorbeeld Nederlander laten naturaliseren. Sterker nog, wanneer zo’n Iraanse Nederlander hier trouwt, dringt men zijn hele gezin de Iraanse nationaliteit op, ook wanneer geen van hen ooit in die staat geweest is. Vrouwen en kinderen volgen de man, zo meent deze super-patriarchale staat.

Een tweede nationaliteit beperkt in theorie de reikwijdte van de macht van de staat. De bezitter ervan zou in noodgevallen namelijk bescherming kunnen zoeken onder de vleugels van de tweede staat.

Geschiedenis

De discussie over “het probleem” van twee of meer nationaliteiten heeft een lange geschiedenis. In 1963 besloot de Raad van Europa dat burgers die een nieuwe nationaliteit aannemen hun oude nationaliteit moeten opgeven. Dat principe werd in 1985 ook in de Nederlandse wet vastgelegd. Maar daardoor werden veel migranten belemmerd om de Nederlandse nationaliteit aan te nemen. Landen als Turkije en Marokko maken het hun burgers namelijk moeilijk of zelfs onmogelijk om hun nationaliteit op te zeggen. En zonder Nederlands nationaliteit wordt de integratie bemoeilijkt, zo concludeerde de regering enige jaren later zelf. Daarom stond men vanaf 1992 migranten weer toe om na naturalisatie hun oude nationaliteit te behouden. Maar 6 jaar later werd dat besluit weer teruggedraaid. Toch bleven er toen zoveel uitzonderingen mogelijk dat zo’n 80 procent van de nieuwe Nederlanders gewoon hun oude nationaliteit mocht behouden. Tussen 1995 en 2006 liep het aantal Nederlanders met twee nationaliteiten op van 400 duizend tot een miljoen.

In 2003 nam de sterk verrechtste Tweede Kamer een CDA-motie aan om het aantal uitzonderingen flink te beperken. De toenmalige minister van Justitie Rita Verdonk beloofde te komen met een wetsvoorstel om het dubbele nationaliteit in ieder geval onmogelijk te maken voor alle hier geboren “allochtonen”. In 2004 schiep de regering alvast de mogelijkheid om het Nederlandse nationaliteit af te nemen van terroristen met twee nationaliteiten. En op verzoek van Geert Wilders beloofde Rita Verdonk na te gaan of die maatregel uitgebreid kon worden tot alle zware criminelen. In 2005 beweerde Rita Verdonk, die het wel vaker niet zo nauw nam met de waarheid, na een bezoek aan Marokko dat men daar wel bereid was te praten over het intrekken van de Marokkaanse nationaliteit van migranten die hier genaturaliseerd worden. De Marokkaanse regering ontkende dat later.

Half februari 2007 kwam Rita Verdonk met haar wetsvoorstel naar de Tweede Kamer. Door juridische beperkingen en het niet meewerken van Marokko was haar voorstel zodanig verwaterd dat ze het niet eens in stemming wilde brengen. De Tweede Kamer nam nog wel een amendement aan van de ChristenUnie om partners van Nederlanders hun tweede nationaliteit te laten behouden. Een Kamermeerderheid heeft kennelijk geen bezwaar tegen de dubbele nationaliteit op zich, maar uitsluitend tegen die van Turken en Marokkanen. De PVV greep het debat aan om kritiek te leveren op de toelating tot de regering van de PvdA-ers Nebahat Albayrak en Ahmed Aboutaleb. Zijn aanval sloot nauw aan bij de heersende stemming tegen mensen met twee nationaliteiten, maar omdat hij zijn pijlen vooral richtte tegen leden van de politieke klasse kreeg hij in de Tweede Kamer de wind van voren. Ook zijn aanval op leger en politie viel niet in goede aarde, want de staatsmacht berust traditioneel op de geronselde onderklasse, en die bestaat voor een steeds groter deel uit “allochtonen”. Een groot deel van de gezagsgetrouwe bevolking gaf Geert Wilders gelijk. Om die steun niet te verliezen hield hij zijn kaken stijf op elkaar over de dubbele nationaliteiten van Beatrix der Nederlanden en Máxima Zorreguieta, die immers ook belangrijke posities innemen in het staatsbestel.

Bron(nen)

Bron(nen):
De tekst op deze pagina is voor een deel afkomstig van:

Persoonlijke instellingen