Slavernij

Uit Bilgibog

Ga naar: navigatie, zoeken

Slavernij is een vorm van onvrijwillige dienst waarin een persoon wordt behandeld als het eigendom van een ander persoon.

In 1637 pakten de Nederlanders onder leiding van graaf Johan Maurits van Nassau-Siegen het slavenfort Elmina van de Portugezen af. Dat fort aan de Goudkust, het kustgebied van het huidige Ghana, vormde 150 jaar lang een van de belangrijkste centra van de transatlantische slavenhandel van de WIC. Vanuit Elmina werden alleen al de eerste 10 jaar daarna tienduizenden slaven, die 3 miljoen euro opbrachten, verscheept naar suikerplantages in Brazilië. Daar moesten ze zich dood werken voor een zo hoog mogelijke suikeropbrengst, die de Nederlandse kolonisatoren naar Europa vervoerden en verkochten. Met dat geld kon men weer nieuwe slaven voor de plantages kopen. Door deze driehoekshandel werden koopmannen en de overheid schatrijk. Het was voor de WIC van groot belang om de Nederlandse steunpunten op de West-Afrikaanse kust te behouden. Toen de Engelsen die in 1664 dreigden te veroveren, stuurde de Staten-Generaal daarom Michiel de Ruyter erheen. Hij verjoeg de Engelsen en stelde daarmee de Nederlandse handel in Afrikaanse slaven voorlopig veilig.

Inhoud

Afschaffen slavernij in Nederland

Met anti-racisme had de beëindiging van de Nederlandse slavernij op 1 juli 1863 niets te maken. Nederland was destijds een door en door racistisch land. Dat blijkt uit de zich jarenlang voortslepende debatten over de afschaffing in de Tweede Kamer en ook in de media.

Reden afschaffing

De slavenbevolking kromp snel. Het werk van de slaven was zo zwaar dat de meesten niet erg oud werden. Het was een abattoir. De slaven kregen weinig kinderen en regelmatig wisten er te vluchten. Nieuwe slaven mochten er sinds 1808 van de Engelsen niet meer aangevoerd worden. Daardoor nam de Surinaamse slavenbevolking tussen 1849 en 1859 met 10 procent af van 40 tot 36 duizend. Onder meer de suikerproductie kwam in gevaar. Men koos er daarom voor een nieuw systeem van arbeiderscontrole in te voeren en nieuwe, “vrije” arbeiders te gaan halen in India en Indonesië.

Dwangarbeid

De “bevrijde” slaven moesten eerst nog wel 10 jaar dwangarbeid verrichten. Dat zou nodig zijn om de restanten Afrikaanse achterlijkheid weg te werken, en hen normen en waarden bij te brengen en tot beschaafde burgers te maken, zoals de slavenhouders zelf meenden te zijn. De “negers” zouden anders niet goed kunnen omgaan met de vrijheid, zo werd wel betoogd, en vanzelf terugvallen in barbaarsheid en vooral: luiheid.

Het woord “emancipatie” wilden de betrokken politici daarom maar liever niet gebruiken. Dat zou de “negers” maar doen denken dat ze lui zouden mogen gaan rondhangen (zoals de slavenhouders dat deden), terwijl ze nodig bleven als landarbeiders op de plantages.

Monument

Ongeveer 140 jaar na de afschaffing van de slavernij werd in Amsterdam eindelijk een monument opgericht voor de slachtoffers ervan.

Literatuur

Bron(nen)

Bron(nen):
De tekst op deze pagina is voor een deel afkomstig van:
Teruggeplaatst van "http://nl.bilgibog.org/Slavernij"


Persoonlijke instellingen