Menselijk ras

Uit Bilgibog

(Doorverwezen vanaf Ras)

Ga naar: navigatie, zoeken

Een menselijk ras zou bestaan uit een groep mensen die biologische overeenkomsten hebben. Menselijke rassen zijn echter een inmiddels eeuwenoud verzinsel van racisten. Eerst was er dus het racisme, en daarna pas de indeling in "menselijke rassen". Na de Tweede Wereldoorlog hebben wereldwijd de meeste wetenschappers afstand genomen van het begrip "menselijk ras". Men moest erkennen dat de indeling van mensen in "menselijke rassen" geen biologisch gegeven is. Het tij keert momenteel echter weer, en genetici proberen via DNA-onderzoek te bewijzen dat "menselijke rassen" wel degelijk bestaan.

Inhoud

Onwetenschappelijk

In 1950 verklaarde de VN-organisatie UNESCO dat men het begrip "menselijk ras" maar beter achterwege kon laten. "Voor alle praktische doeleinden is "menselijk ras" geen biologisch fenomeen, maar een sociale mythe", zo schreef men. Maar daar bleken de meeste biologen en antropologen nog niet aan toe. In 1951 kwam er daarom een nieuwe UNESCO-verklaring waarin het begrip in ere werd hersteld. Maar de "menselijke rassen" die men meende te zien, zouden wel geleidelijk in elkaar overlopen, leden van verschillende "menselijke rassen" zouden samen gezond nageslacht kunnen produceren en er zouden geen bewijzen zijn voor aangeboren verschillen in intelligentie en andere capaciteiten tussen de verschillende "menselijke rassen". In 1964 verklaarde de UNESCO opnieuw dat "pure menselijke rassen" niet bestaan, en dat theorieën gebaseerd op racisme niet wetenschappelijk zijn.

Pas in de jaren 90 rekenden wetenschappers definitief af met het concept van "menselijke rassen". In 1994 verklaarde de invloedrijke Amerikaanse antropologenvereniging AAA dat het begrip volkomen onwetenschappelijk is. En de Amerikaanse vereniging van fysiologische antropologen AAPA voegde daar twee jaar later nog aan toe dat het idee van "menselijke rassem" alleen nuttig is voor racisten. En als er al verschillen gemeten worden tussen groepen die door racisten als "menselijke rassen" worden aangemerkt, dan zijn dat "geen gevolgen van hun biologische erfenis, maar het product van historische en hedendaagse sociale, economische, onderwijskundige en politieke omstandigheden", zo zei de AAA in 1998.

Niet wetenschappers

Op een enkele uitzondering na, onderschrijven de meeste wetenschappers deze verklaringen wel. Die teksten hadden echter relatief weinig invloed buiten de wetenschap. Aan de rechtse borreltafel en onder sommige opiniemakers is het geloof in "menselijke rassen" gebleven. Er is in Nederland zelfs sprake van een tegenoffensiefje door zogenaamde rechtse wetenschapsjournalisten. Om het bestaan van "menselijke rassen" te "bewijzen" voeren zij meestal aan dat er tegenwoordig medicijnen bestaan speciaal voor mensen met een zwarte huidskleur. Echter zijn die medicijnen gericht op bepaalde ziekten die relatief veel, maar niet uitsluitend, voorkomen bij mensen met een zwarte huidskleur. Het zou bijzonder onwetenschappelijk en gevaarlijk zijn om de sociale constructie "menselijk ras" te betrekken bij de verstrekking van medicijnen. Alleen al omdat zieken met een andere huidskleur dan ten onrechte niets zouden krijgen. Daarbij is een indeling op basis van huidskleur volkomen arbitrair. In de VS wordt nog steeds iedereen tot "zwart" gebombardeerd die "één druppel zwart bloed" zou hebben.

Waarnemingen

Volgens racisten zou het bestaan van "menselijke rassen" onmiskenbaar zijn en "common sense". Een marsmannetje dat voor het eerst de aarde bezoekt zou vanwege de huidskleuren meteen zien dat er verschillende "menselijke rassen" zijn, zo betogen ze. Toen Christoffel Columbus echter in Amerika aankwam, vond hij niet dat de mensen er daar anders uitzagen dan hijzelf. Hij beschreef de huidskleur van de "Indianen" als "niet donker, maar licht". Later hadden andere Europeanen het over "witte" Indianen. Weer andere tijdgenoten meenden "zwarten" te zien. Ook werden "bruine" Indianen beschreven. "Wit" kwam echter het meest voor. Pas eind achttiende eeuw begon men Indianen als het "rode ras" te zien. Sommige Indianen verfden zich rood, en hoewel de Europeanen ter plaatse heel goed wisten dat het om cosmetica ging, kwam toch de term "roodhuiden" in zwang.

Het "gele ras" blijkt al evenzeer een sociale constructie. Europese reizigers noemden de Chinezen in de zestiende eeuw een "withuidig volk" en vergeleken hen met Duitsers, Spanjaarden en Italianen. Sommige reizigers achtten Chinezen zelfs witter dan Europeanen. Pas twee eeuwen later begon men over "het gele ras" te fantaseren. Dat kwam waarschijnlijk door een samengaan van allerlei associaties. Geel was in China namelijk de kleur van alles dat keizerlijk was en werd zodoende veel gebruikt. De keuze voor "geel" als "dominant raskenmerk" was dus evenmin als bij de Indian]] gebaseerd op daadwerkelijke waarneming.

In de oudheid werd vanzelfsprekend wel waargenomen dat er mensen waren met een wat lichtere of donkerder huid, maar daar werden verder geen conclusies aan verbonden. Mensen met een donkere huidskleur werden niet als aparte groep gezien. Pas bij de opkomst van de transatlantische slavernij veranderde dat. Om die slavernij te rechtvaardigen werd de oude negatieve associatie van het zwarte kwaad gekoppeld aan de huiskleur van de slaven. In het begin van de koloniale periode waren er echter in de Nieuwe Wereld overigens ook veel witte arbeiders die praktisch als slaven werkten. Die kwamen steeds vaker samen met de zwarte slaven in opstand. Daarom werd in Noord-Amerika besloten om de arbeiders wettelijk in "menselijke rassen" in te delen, waarbij de witte rechten kregen en de zwarte niet. Zo wist de heersende klasse de onderlinge solidariteit aan de onderkant van de maatschappij te doorbreken, en de loyaliteit van de witte arbeiders te verkrijgen.

Kleurenblind

Die verdeel- en heersmethode was honderden jaren succesvol. Het was immers een simpele en direct voor iedereen zichtbare indeling. Toch waren er ook gevallen waarin het niet duidelijk was bij welk "menselijk ras" men hoorde. Waar men in VS vasthield aan de "één druppel"-regel, stelde men in apartheidsstaat Zuid-Afrika een commissie in die in onduidelijke "gevallen" een beslissing moest nemen of iemand Afrikaans, Aziatisch of Europees was. Wat eens te meer duidelijk maakte dat het hele systeem van "rasindeling" niet wetenschappelijk biologisch was, maar simpelweg gebaseerd op racistische inschattingen. Iedere indeling in "menselijk ras" is zo in de eerste plaats een interactie tussen mensen, waarbij de ene mens, meestal een wetenschapper, de macht heeft om anderen te objectiveren, te meten en in te delen.

Toen Carolus Linnaeus eind achttiende eeuw een raciale vierdeling van de mensheid maakte in witte, zwarte, gele en rode mensen, deed hij alsof hij dat wetenschappelijk waarnam en ontdekte. In werkelijkheid verzon hij die indeling zelf en sloot hij nauw aan bij het racisme van zijn tijd. Eerst was er dus het racisme, en daarna pas de indeling in "menselijke rassen". "Menselijke rassen" zijn dus gevolg van racisme en niet omgekeerd. Overigens hebben racisten later ook nog geprobeerd van "de Joden" een "menselijk ras" te maken. Maar ondanks alle mythen over "de grote Joodse neus" bleken er bij hen evenmin uiterlijke kenmerken te bestaan die bij alle groepsleden terugkwamen. Om directe herkenning toch mogelijk te maken besloten de nazi's daarom de Joden te dwingen een gele ster te dragen.

DNA

Voor racisten die tegenwoordig tevergeefs aankloppen bij biologen en antropologen voor bewijzen voor hun rassentheorieën, bieden sommige genetici uitkomst. De meest genetici weten echter dat genen "kleurenblind" zijn en dat "menselijke rassen geen genetische basis hebben". Uit de ontsleuteling van het menselijk DNA in 2004 door het Human Genome Project blijkt namelijk dat alle mensen genetisch voor 99,9 procent identiek zijn. En de resterende verschillen zijn groter binnen dan tussen de door racisten omschreven groepen. Met andere woorden: de verschillen tussen zwarte en witte mensen zijn veel kleiner dan tussen witte of zwarte mensen onderling.

Andere genetici menen dat er wel degelijk een genetische indeling in "menselijke rassen" mogelijk is, maar willen daar niet toe overgaan om "misbruik" ervan niet in de hand te werken. Racistische genetici doen daar echter niet moeilijk over. Volgens hen "zijn menselijke rassen genetische feiten". Bij die 0,1 procent onderlinge verschillen tussen mensen gaat het wel om 3 miljoen plekken op een genoom, zeggen ze. Er zouden wel 8 tot 11 "menselijke rassen" zijn, en ook racisme zou een biologisch gegeven zijn. Sommigen beweren zelfs dat overduidelijke sociale categorieën als ethnieën een "biologische basis" hebben. Genen zijn in werkelijkheid niet zo eenvoudig te lezen. Ze zijn niet eenduidig, ze beïnvloeden elkaars werking over en weer, en blijken zelfs per generatie 'uit' en 'aan' te gaan al naar gelang de leefomstandigheden van de dragers.

Kritische genetici zeggen verder dat groepsgewijze DNA-metingen van vermeende "menselijke rassen" niet meer kennis opleveren dan vergelijkingen tussen het DNA van antropologen en advocaten of accountants.

Bron(nen)

Bron(nen):
De tekst op deze pagina is voor een deel afkomstig van:
  • Eric Krebbers, ""Mensenrassen" zijn een verzinsel van racisten", Fabel van de illegaal 82/83, voorjaar 2007

Persoonlijke instellingen