Paspoort
Uit Bilgibog
Het paspoort is een door de overheid bedacht document waarmee de nationaliteit van de houder aangetoond kan worden.
Het paspoort is een relatief recente uitvinding. Vroeger gaven overheden sommige burgers wel eens papieren om zonder lastig gevallen te worden door het land te kunnen reizen, of om stadspoorten te mogen passeren. Daar komt ook de naam vandaan. Die papieren konden per regio flink verschillen. Pas met de opkomst van de moderne staten zijn geleidelijk aan gestandaardiseerde paspoorten ontwikkeld. Tot zo’n rond het jaar 1900 had men geen papieren nodig om grenzen te passeren en elders te gaan wonen.
Het paspoort is nu niet alleen voor om de staatsburger bij een controle te identificeren, maar ook om hem een nationale identiteit te geven. Het staat symbool voor de groep - “het volk” - waartoe de staatsburger zich dient te rekenen. Door de reëel bestaande staat en het mythische “volk” in de hoofden van de burgers steeds te laten samen vallen, zien staten kans de loyaliteit af te dwingen van een groot deel van de bevolking. En dat terwijl staten zoals bekend niet handelen in het belang van de hele bevolking, maar veeleer in dienst staan van de heersende klasse en het kapitaal.

