Michiel de Ruyter
Uit Bilgibog
Michiel Adriaenszoon de Ruyter (Vlissingen, 24 maart 1607 – Baai van Syracuse, 29 april 1676) was een Nederlands admiraal, driftkop, vechtersbaas, koopman, kaper en zeebonk. Hij heeft een grote bijdrage geleverd aan de opbouw van de koloniale grootmacht Nederland.
Omdat hij 400 jaar geleden werd geboren, herdenkt men hem in 2007 met allerlei nationalistische festiviteiten. Daarbij zet men hem neer als rolmodel voor alle Nederlanders: "voorbeeld voor de jeugd", "schipper naast God", "rechterhand van Nederland".
Admiraal De Ruyter diende de belangen van Nederlandse machthebbers in de koloniale strijd. Men wilde een zo groot mogelijk deel van de gebieden en grondstoffen in Amerika, Afrika en Azië veroveren en in bezit houden. Daartoe voerde De Ruyter op zee vaak oorlog met Engelsen, Fransen, Spanjaarden en Portugezen, stuk voor stuk concurrenten die in het toenmalige gevecht om de wereldhegemonie teruggedrongen moesten worden. Met toestemming van de Nederlandse overheid kaapte hij ook vaak met goederen volgeladen schepen van koloniale tegenstanders. Met die buit verrijkte hij zichzelf en zijn opdrachtgevers.
De Ruyter is nooit in Azië geweest, maar heeft wel veel vuil werk opgeknapt voor de in 1621 opgerichte West-Indische Compagnie (WIC). Zo heeft hij het slavenfort in Elmina veiliggesteld toen de Engelsen die in 1664 dreigden te veroveren. Hij verjoeg de Engelsen en stelde daarmee de Nederlandse handel in Afrikaanse slaven veilig. De Ruyter wordt nog steeds geprezen omdat hij wel eens Europese christenslaven vrijkocht. Maar men verzwijgt veelal dat hij de handel in zwarte slaven met zijn militaire acties juist steunde.
Nationalistische mythe
Over De Ruyter kwam al snel na zijn dood in 1676 een enorme mythevorming op gang. Daardoor vallen feiten en verzinsels over hem moeilijk te scheiden. Maar wie hij was en wat hij bijdroeg aan het Nederlandse kolonialisme is vandaag de dag minder belangrijk dan de rol die hij nog steeds speelt in het opkrikken en uitdragen van Nederlands nationalisme en een veronderstelde Nederlandse identiteit met bijbehorende normen en waarden. Het juichverhaal over De Ruyter waarmee veel generaties zijn opgevoed, vertelt vooral veel over het protserige en zelfgenoegzame Nederlandse zelfbeeld. Al eeuwenlang wordt er een Hollandse volksaard geconstrueerd en op hem geprojecteerd. De Ruyter zou bescheiden zijn geweest, zuinig, plichtsgetrouw, opofferingsgezind, moedig, vaderlandslievend, godsvruchtig, verdraagzaam, volhardend, en streng maar rechtvaardig. Hij was als zoon van een bierdrager van eenvoudige komaf en wist zich op te werken van bootmansjongen tot admiraal. Hij stond bekend als een branieschopper, maar zou later toch nog goed terecht zijn gekomen door zich dienstbaar op te stellen tegenover zijn meerderen en als een "grootvader" te zorgen voor zijn ondergeschikten. Als je maar je best doet en braaf blijft, dan slaag je uiteindelijk wel in het leven, aldus de boodschap van de machthebbers aan armen, onaangepasten en opstandigen.
Vooral in de negentiende eeuw is De Ruyter tot de huidige mythische proporties uitgebouwd. Met de oprichting van Koninkrijk der Nederlanden was onder de machthebbers behoefte aan nationale "helden" die de vermeende Nederlandse identiteit zouden kunnen belichamen. In die tijd werd in Vlissingen een metershoog standbeeld van hem opgericht. De Ruyter bleek een ideale figuur voor nationalistische propaganda. Tot ver in de twintigste eeuw bleef deze heldenverering op volle toeren draaien. Ook de NSB van Anton Mussert en de Duitse bezetters in de Tweede Wereldoorlog bleken gecharmeerd van De Ruyter, omdat die evenals de nazi's voortdurend tegen de Engelsen vocht. In de roerige jaren 60 keerde echter het tij. Velen namen afstand van oubollig nationalisme en conservatisme. Maar nationale trots in Nederland de laatste jaren weer sterk in opmars, waartoe ook de VOC-viering in 2002 en de Rembrandt van Rijn-herdenking in 2006 hebben bijgedragen.
| Bron(nen): |
| De tekst op deze pagina is voor een deel afkomstig van: |

