Hrant Dink
Van Bilgibog
Fırat Hrant Dink (Malatya, 15 september 1954 - Istanbul, 19 januari 2007) was een Turkse journalist van Armeense komaf die door een moordaanslag om het leven kwam.
Dink was de hoofdredacteur van Agos, een weekblad dat in het Armeens en Turks verschijnt en wordt gezien als de seculiere spreekbuis van de Armeense gemeenschap in Turkije. Drie kogels maakten op 19 januari 2007 een einde aan zijn leven. De minderjarige dader was lid van een ultra-nationalistisch netwerk. De moord bracht een protestbeweging op gang in Turkije en West-Europa.
Inhoud |
Jeugd
De 52-jarige Dink, een linkse Armeniër die is geboren en getogen in Anatolië, had zijn politieke leerschool niet doorlopen in de Armeense nationalistische beweging maar in de anti-imperialistische studentenbeweging van Istanbul, die vanaf eind jaren 60 radicaliseerde en revolutionaire conclusies begon te trekken. Dink was in zijn jongere jaren een tijd lang actief voor de maoïstische Communistische Partij van Turkije Marxistisch-Leninistisch (TKP-ML), die voort is gekomen uit deze beweging. Uiteindelijk brak hij met het maoïsme en startte hij in 1996 met een groep geestverwanten Agos, een tweetalige krant die zich sterk maakte voor de rechten van de Armeense en andere minderheden in Turkije. Ook hielden Dink en Agos zich bezig met de democratisering van Turkije, de Turkse toetreding tot de EU en hoe Turken en Armeniërs om zouden kunnen gaan met het verleden. Of om concreter te zijn met "1915", het jaar waarin een miljoen Armeniërs op last van de Ottomaanse regering planmatig werden vermoord of gedeporteerd uit Anatolië, het gebied waar ze al voor de komst van de Turken woonden.
Belediging van "de Turkse identiteit"
Dink was allesbehalve een Armeense nationalist: gelijke rechten, verzoening en verwerking van een gezamenlijke tragische geschiedenis vormden zijn politieke doelen voor Turken en Armeniërs. Hij bekritiseerde het agressieve nationalisme aan zowel Turkse als Armeense kant. "Als je een vijand nodig hebt voor de vorming van je identiteit, dan is je identiteit ziekelijk", is een van zijn veel geciteerde uitspraken. Dink bleef politiek aan de linkerkant staan. Zo schreef hij ook columns voor het kritische en uitgesproken linkse dagblad Birgün. De Turkse staat volgde de verrichtingen van Dink uiteraard op de voet. Hij werd meerdere keren juridisch vervolgd vanwege zijn artikels en uitspraken over de Armeense genocide. Zijn laatste veroordeling had plaatsgevonden op grond van een artikel dat belediging van "de Turkse identiteit" strafbaar stelt. Ondanks de talloze bedreigingen die hij ontving na zijn breed door de pers uitgemeten veroordeling, weigerde Dink - ondanks uitnodigingen uit het buitenland - Turkije te verlaten. "Waar moet ik dan heen? Armenië? Ik kan niet tegen onrechtvaardigheid, dus ik zal in Armenië ook snel problemen krijgen", verklaarde hij.
Krokodillentranen
Progressieve critici spraken van "krokodillentranen" toen premier Recep Tayyip Erdoğan de moord veroordeelde. Via de veroordeling van Dink wees de Turkse staat hem immers zelf impliciet aan als verrader. De nationalistische media verketterden hem openlijk en noemden hem expliciet een verrader. Daarmee werd hij een doelwit voor de gewelddadige stromingen binnen het Turkse nationalisme. Het anti-Armeens racisme is nooit uit de Turkse samenleving verdwenen en wordt versterkt door de huidige geestesgesteldheid van het Turkse nationalisme, dat voelt dat het in het defensief wordt gedrukt door de EU en de pro-Europese krachten in Turkije zelf. Dat het nationalisme stevig geworteld is in het staatsapparaat, bleek wel uit de heldenbehandeling die de moordenaar van Dink kreeg na zijn arrestatie in de stad Samsun. In een uitgelekte video was uitgebreid te zien hoe politieagenten in de rij stonden om met hem op de foto te mogen.
Stille tocht
De omvang en leuzen van de protestbeweging die direct na het bekend worden van de moord ontstond in Turkije en Europa was groot. In Istanbul waakten duizenden mensen - Turken, Koerden en Armeniërs - tussen vele kaarsen en bloemen 4 dagen lang voor het kantoor van Agos, op de plek waar Dink was doodgeschoten. "Wij zijn allemaal Hrant Dink" en "Wij zijn allemaal Armeniërs", aldus de leuzen die waren te lezen en te horen tijdens de wake. Op 23 januari 2007 werd Dink begraven. De stille tocht op die dag werd bijgewoond door ruim 100 duizend mensen die borden met de beide leuzen van de wake omhoog hielden. Het massale gebruik van de leus "Wij zijn allemaal Armeniërs" is een unicum in de Turkse geschiedenis. Dat geeft aan dat de nationalistische ideologie van één land, één natie (uiteraard de Turkse) en één vlag onder grote druk staat. Pro-Europese liberalen, de progressieve democratiseringsbeweging en de Koerdische nationale beweging zijn daar debet aan. De leus leidde tot woedende reacties uit het nationalistische kamp, onder meer van Devlet Bahçeli, de leider van de fascistische Nationalistische Actiepartij (MHP). Dat kamp kreeg echter een flinke tik en moest verdedigen waarom er eigenlijk strafartikelen bestonden.
Op 23 januari 2007 werd ook in Den Haag een stille tocht gehouden voor Dink. Een paar maanden eerder had hij daar nog de Oxfam Novib Pen Award in ontvangst genomen, een prijs die jaarlijks wordt uitgereikt aan journalisten die vanwege hun publicaties in moeilijkheden zijn gekomen. De tocht werd onder meer georganiseerd door de Federatie van Armeense Organisaties in Nederland (FAON) én progressieve Turkse en Koerdische organisaties, en trok ongeveer duizend mensen. De Turkse ambassade weigerde na afloop van de tocht een gezamenlijke verklaring van de organisaties in ontvangst te nemen.
Strafbaar stellen ontkenning van genocide
Dink hing denkbeelden en strategieën aan die bij de Armeense diaspora geenszins gemakkelijk ingang vonden of zelfs als schokkend werden ervaren. Zo zei hij tijdens een lezing in Australië tegen zijn anti-Turkse gehoor: "Laat die Turken toch met rust, maak je vooral druk om de armen in Armenië."
Dink was bijvoorbeeld sterk gekant tegen het strafbaar stellen van de ontkenning van de genocide op de Armeniërs in Europese landen. Hij zag dat als een beknotting van de vrijheid van meningsuiting, die in zijn visie de kern van de democratie vormde. Hij waarschuwde ervoor dat dergelijke wetten op termijn in het voordeel van de Turkse staat zouden kunnen werken, die zichzelf en zijn aanhangers zou neerzetten als slachtoffer van juridische vervolging. Verder vreesde hij dat strafbaarstelling de dialoog tussen Armeniërs en Turken ernstig zou bemoeilijken. De dialoog tussen beiden zag hij als enige gangbare weg. Bovendien konden wetten geen historische waarheden boven water halen, daar was volgens Dink alleen het geweten toe in staat. Hij ging zelfs zo ver in zijn afkeuring van strafbaarstelling dat hij verklaarde naar Frankrijk (waar de diaspora het sterkst is) te willen afreizen om daar - uiteraard provocatief - de genocide te ontkennen.
Toetreden Turkije tot de EU
Dink bekritiseerde ook die delen van de Armeense diaspora die het Turkije vanwege de genocidekwestie moeilijk of onmogelijk willen maken om toe te treden tot de EU. Hij beschuldigde hen ervan niet in te zien dat Turkije - weliswaar langzaam - aan het veranderen is, en dat juist de diaspora niet wilde veranderen. Hij zag het toetredingsproces als de motor van de democratisering in Turkije, die in zijn visie weer een noodzakelijke voorwaarde was voor verzoening en een oplossing voor de genocidekwestie. Door tegen toetreding te pleiten keerde de diaspora zich tegen het proces waarin Turkije de confrontatie met zijn eigen geschiedenis kan aangaan. Een eventuele weigering van de EU om Turkije te laten toetreden zou gevolgen kunnen hebben voor de Armeense gemeenschap en Armenië, zo waarschuwde Dink. Die zouden dan namelijk snel tot zondebokken worden gemaakt door de Turkse staat.
| Bron(nen): |
De tekst op deze pagina is voor een deel afkomstig van:
|

