Geert Wilders
Uit Bilgibog
Geert Wilders (Venlo, 6 september 1963) is de leider van zijn eigen Partij voor de Vrijheid.
In de ogen van Wilders zijn migranten, moslims en links verantwoordelijk voor al het leed in de wereld. Hij scheert mensen over een kam, zet bevolkingsgroepen tegen elkaar op en discrimineert op basis van afkomst en godsdienst door “niet-westerse vreemdelingen” en moslims te willen weren. Het gaat hem niet om kritiek op moslimfundamentalisme, maar om strijd tegen de islam als geheel en aversie tegen alle “niet-westerse vreemdelingen”. Wilders staat in traditie van rechts-extremisten als Hans Janmaat, Jörg Haider, Filip Dewinter en Jean-Marie Le Pen.
Zijn conservatieve rechts-populistische politieke partij heeft bij de Tweede Kamerverkiezingen van 22 november 2006 negen Kamerzetels behaald, maar heeft ook wel eens in sommige opiniepeilingen op maar liefst 28 Kamerzetels gestaan. Wilders kan met zijn rechts-extremistische standpunten over migranten en moslims op veel sympathie rekenen.
Inhoud |
Politieke carrière
Wilders' politieke carrière begon in 1990 toen hij VVD-fractiemedewerker werd en speechwriter voor toenmalig fractievoorzitter Frits Bolkestein. In 1998 bemachtigde Wilders zelf een Kamerzetel. Hij maakte al snel furore met zijn pleidooi voor een strenger WAO-beleid. Arbeidsongeschikten met een psychische aandoening moesten wat hem betreft de WAO uitgegooid worden. Ook werknemers met een arbeidsverleden korter dan 5 jaar mochten van Wilders geen WAO meer krijgen. Veel Kamerleden en ook de vakbonden noemden zijn plannen “asociaal”. Op zijn beurt liet Wilders weten “een gruwelijke hekel aan links” te hebben. Als links aan de macht zou komen, zouden volgens hem de uitkeringen worden verhoogd en “asielzoekers in paleizen worden gehuisvest“.
Echt naam maakte Wilders de laatste jaren door zijn kruistocht tegen de islam. Zo beweerde hij dat “onze eigen cultuur in het gedrang komt door de meer dan een miljoen moslims in ons land”. Medio 2003 erkende hij overigens nog nooit een Nederlandse moskee van binnen te hebben gezien. Om de islam tegen te gaan zou Nederland volgens hem “zwaar op de rem moeten gaan staan bij het toelaten van vreemdelingen. We moeten niet bang zijn voor quotering, selectie op leeftijd en strengere inkomenseisen.” Ook pleitte hij voor een nog strengere inburgering. “Ik zou willen dat iedereen die na een veel zwaardere test dan nu Nederlander wordt, met tranen in zijn ogen en de hand op de borst voor de Nederlandse vlag het volkslied opdreunt.” Ook “criminele Marokkanen” moeten het ontgelden. “Als ze niet willen deugen, stop ze dan maar in een kampement. Laat ze maar een paar jaar dwangarbeid doen.“
Holbewoners
In februari 2004 gaf Wilders in een interview Pim Fortuyn gelijk met zijn uitspraken over “de achterlijke cultuur” van moslims. “Waarom durven wij niet te zeggen dat moslims zich aan ons moeten aanpassen, omdat onze normen en waarden nu eenmaal van een hoger, beter, prettiger en humaner beschavingsniveau zijn? Niks integratie, assimilatie! Thuis lopen ze maar met hoofddoekjes op en slachten ze hun schapen, daarbuiten gedragen ze zich als ieder ander.” Als hij minister was, zou hij meteen een verbod op hoofddoeken invoeren. “En laat daarna de hoofddoekjes maar wapperen op het Malieveld. Ik lust ze rauw.” Imams die “zo ongeveer tot een heilige oorlog oproepen moeten per direct teruggestuurd kunnen worden naar hun hol in Saudi-Arabië, of weet ik veel waar”. Rassenrellen kon hij billijken: “Mocht het ooit tot rassenrellen komen, wat ik dus echt niet wil, dan hoeft daarvan niet bij voorbaat een negatieve werking uit te gaan.”
Op 2 juli 2004 presenteerde Wilders samen met collega VVD-Kamerlid Gert-Jan Oplaat een manifest met 10 stellingen, genaamd “Recht(s) op je doel af”. Daarmee wilden ze de VVD nog verder naar rechts sturen. In hun manifest schreven ze dat Turkije nooit lid mag worden van de EU omdat het een islamitisch land is. Ook wilden ze de maximumsnelheid verhogen, de ontwikkelingshulp halveren en radicale imams zonder pardon het land uitzetten. Verder pleitten ze voor het principe van “three strikes you’re out”, waarbij wetsovertreders na drie misdrijven levenslang krijgen. Wilders en Gert-Jan Oplaat wilden verder dat migranten die niet snel genoeg integreren “gedenaturaliseerd” en het land uitgezet worden.
Het manifest schoot een groot deel van de VVD-fractie in het verkeerde keelgat. Men vond het namelijk te extreem en accepteerde niet dat Wilders inging tegen de partijlijn, en zeker niet op het punt van de toetreding van Turkije tot de EU. Daarbij stoorde een aantal fractieleden zich al langer aan zijn onbehouwen opvattingen. Ze konden ook niet verkroppen dat ze steeds meer in zijn schaduw moesten opereren. De bom barstte en Wilders verliet op 2 september 2004 de VVD. Hij ging verder als onafhankelijk Kamerlid. Voormalig fractievoorzitter Ed Nijpels treurde daar niet om. Volgens hem streefde Wilders naar “een extreem-rechtse politieke partij, zoals Hans Janmaat heeft gehad”. “Kiezers winnen is geen legitimatie om abjecte standpunten in te nemen. Dit tienpuntenplan is rabiaat rechts”, aldus Ed Nijpels, wiens politieke partij zelf overigens ook niet vies is van stevig rechtse standpunten om kiezers te winnen.
Grenzen dicht
Na zijn vertrek deed Wilders er nog een schepje bovenop. Hij kwam met het verhaal dat de rechtse politieke partijen “het laten afweten bij een stevige beperking van de immigratie en het bevorderen van de integratie. Ook hun aanpak van de problemen met veiligheid en criminaliteit is ver onder de maat”. Volgens Wilders kon niet ontkend worden “dat Nederland de grenzen van zijn gastvrijheid voor met name niet-westerse allochtonen, vooral van islamitische afkomst, al ruimschoots heeft overschreden”. Nederland zou “voller dan vol” zijn. Hij pleitte dan ook voor “een totale stop van 5 jaar voor gezinsvorming- en hereniging van niet-westerse allochtonen” en “de introductie van een quotum voor asielaanvragen van hooguit een paar duizend per jaar”. Ook zouden Nederlandse “criminele allochtonen na het uitzitten van hun straf hun verblijfsvergunning kwijt moeten raken en het land moeten worden uitgezet”.
Op 4 november 2004, twee dagen na de dood van Theo Van Gogh, kondigde Wilders aan dat hij een nieuwe conservatieve partij ging oprichten samen met Bart Jan Spruyt, de directeur van de conservatieve Edmund Burke-stichting. Bart Jan Spruyt had een politiek programma geschreven dat gretig door Wilders omarmd werd. Volgens dat programma moeten moslims uitgesloten worden van grondwettelijke burgerrechten als de vrijheid om eigen scholen en verenigingen op te richten. De islam is volgens Wilders en Bart Jan Spruyt onverenigbaar met “de Nederlandse cultuur” en “de democratische rechtsstaat”. Steeds meer moslima’s zouden namelijk hoofddoeken dragen als afwijzing van het Westen en de islam zou met zijn “torenhoge minaretten in Rotterdam” zelfs imperialistisch zijn. Om “de islamisering van de Nederlandse cultuur” tegen te gaan bepleitte Bart Jan Spruyt een migratiestop. Van hem moet iedere niet-ingeburgerde migrant het land uit. “Je past je aan, of je hoepelt op”, zei hij. Ook meende Bart Jan Spruyt dat het aantal rijken niet toeneemt en dat Nederland dus zou “verpauperen”. De nieuwe politieke partij wilde daarom de belastingen en het minimumloon verlagen.
Spruyts samenwerking met Wilders bracht de Edmund Burke-stichting in een crisis. Bijna alle leden van het comité van aanbeveling vertrokken, zoals ChristenUnie-senator Eimert van Middelkoop, voormalig CDA-Kamerlid Hans Hillen en oud-premier Dries van Agt. De stichting zou zich volgens hen niet in moeten laten met een bepaalde politieke partij. Dries van Agt, zelf ook van rechtse huize, noemde Wilders uitlatingen “reactionair, xenofobisch en te militant”.
In 2006 was Bart Jan Spruyt werkzaam voor Wilders. Op 17 augustus 2006 verliet hij de partij weer omdat er te veel verdeeldheid aan de rechterflank van de politiek zou zijn.
Boeken verbranden
Wilders doet voortdurend alsof moslims geen echte Nederlandse staatsburgers kunnen zijn. “Je voelt dat je niet meer in je eigen land leeft. Er is een strijd gaande en we moeten ons verdedigen. Er zijn straks meer moskeeën dan kerken!”, zegt hij. “Ik wil niet in een land wonen waar misschien ooit wel eens 6 of 7 bewindslieden de islam aanhangen.” En daarom wil hij “de grenzen voor migranten uit moslimlanden dichtgooien. Bovendien wil ik moslims aanmoedigen om Nederland vrijwillig te verlaten. De demografische ontwikkeling moet zo worden dat de kans klein is dat er weer twee in het kabinet komen. Er is nu teveel islam in Nederland.” Moslims die toch willen blijven, moeten van hem volledig assimileren. De islam zou namelijk niet verenigbaar zijn met de democratie. “Als moslims hier willen blijven, moeten ze de helft uit de koran scheuren en weggooien.” Hij had ook “verbranden” kunnen zeggen. Maar dan zou hij snel in verband gebracht worden met de nazi’s, en dat kost nog steeds stemmen. Het dwingen van moslims en joden om hun geloof af te zweren, of anders op te rotten, heeft overigens een lange zwarte geschiedenis in Europa.
Racisme
In juli 2004 had oud-politicus Marcel van Dam Wilders ook al eens vergeleken met Hans Janmaat, de inmiddels overleden leider van de Centrum Democraten. Wilders klaagde daarover. Hij zou “voortdurend gestigmatiseerd worden door de linkse intelligentsia”.
Twee paspoorten
Als het aan Wilders ligt, mogen de miljoen Nederlanders met twee paspoorten de bevolking niet meer vertegenwoordigen. Hij wil hen het kiesrecht afnemen en hen tot tweederangsburgers maken. Leden van de Eerste en de Tweede Kamer, de Provinciale Staten en gemeenteraden mogen van Wilders namelijk één paspoort hebben.
Druk op CDA en VVD
Onder druk van de opiniepeilingen zijn de VVD en het CDA nog verder naar rechts opgeschoven om zo het gras voor Wilders' voeten weg te maaien. De VVD draait daar zijn hand niet voor om. Eind november 2004 vroeg fractievoorzitter Jozias van Aartsen Wilders alweer om terug te keren bij zijn politieke partij die hem eerder nog te “rabiaat rechts” achtte. Wilders heeft in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 22 november 2006 een belangrijke rol gespeeld bij de verrechtsing van de politiek.
| Bron(nen): |
De tekst op deze pagina is voor een deel afkomstig van:
|

