Elektriciteit
Uit Bilgibog
Onder elektriciteit wordt de stroom van geladen elektronen voorgesteld die tegengesteld is aan de elektronenstroom.
Inhoud |
Elektrische ladingen
Er zijn twee soorten elektrische ladingen: positieve ladingen en negatieve ladingen. Elektrisch geladen voorwerpen oefenen krachten op elkaar uit. Gelijknamige ladingen stoten elkaar af; ongelijknamige ladingen trekken elkaar aan.
Een neutraal voorwerp heeft evenveel positieve als negatieve lading.
Een positief geladen voorwerp heeft meer positieve dan negatieve lading.
Een negatief geladen voorwerp heeft meer negatieve dan positieve ladingen.
Spanning
Op elk elektrische apparaat is de aansluitspanning vermeld. Het apparaat is hiervoor gemaakt. Het symbool voor spanning is U. De spanning wordt uitgedrukt in de eenheid volt (V). De spanning over een apparaat wordt gemeten met een voltmeter. In een huis zijn er aparte groepen, elke groep is aangesloten op het lichtnet (230 V).
Spanningen vanaf 42 volt kunnen levensgevaarlijke ongelukken veroorzaken.
Weerstand
R = U/I
- R is de weerstand in de eenheid ohm (Ω)
- U is de spaning in de eenheid volt (V)
- I is de stroomsterkte in de eenheid ampère (A)
Energie
De wattseconde (Ws) is een eenheid voor energie. Ook kilowattuur (KWh) is een eenheid voor energie.
1 KWh = 3 600 000 Ws.
Ook de joule (J) en de kilojoule (KJ) zijn eenheden voor energie.
1 KJ = 1000 J.
Elektrische energie wordt meestal uitgedrukt in de eenheden Ws en KWh; 1 Ws = 1 J.
Energie = vermogen * tijd
E = P * t
- E is het symbool voor energie in de eenheid wattseconde (Ws)
- P is het symbool voor vermogen in de eenheid watt (W)
- t is het symbool voor tijd in de eenheid seconde (s)
Energie 2
Energie = spanning * lading
E = V * Q
- E is het symbool voor energie in de eenheid joules (J)
- V is de spaning in de eenheid volt (V)
- Q is het symbool voor de lading in de eenheid Coulomb (C)
Serieschakeling van weerstanden
Voor een serieschakeling van een aantal weerstanden geldt:
- de stroomsterkte door iedere weerstand is even groot;
- de totale spanning is gelijk aan de som van de spanningen over iedere weerstand: Vtotaal = V1 + V2 + V3 + ...
- de totale weerstand is gelijk aan de som van de weerstanden.
De totale weerstand wordt ook wel de vervangingsweerstand genoemd: Rv = R1 + R2 + R3 + ...
Vtotaal = I * Rv
Parallelschakeling van weerstanden
Bij een parallelschakeling geldt:
- de spanning over elke weerstand is even groot;
- de sterkte van de onvertakte stroom is gelijk aan de som van de deelstromen: I = I1 + I2 + I3 + ...
- de vervangingsweerstand kan berekend worden met de formule: 1/Rv = 1/R1 + 1/R2 + 1/R3 + ...
Vtotaal = I * Rv

