Boris Jeltsin

Uit Bilgibog

Ga naar: navigatie, zoeken

Boris Nikolajevitsj Jeltsin (Russisch: Борис Николаевич Ельцин) (Boetka, 1 februari 1931 - Moskou, 23 april 2007) heeft als president (1990-1999) de vrije markteconomie doorgevoerd in Rusland.

Vrije markteconomie

In de eerste jaren van zijn presidentschap vond een golf van privatiseringen plaats en werden prijzen overgelaten aan het marktmechanisme. De sociale gevolgen daarvan waren catastrofaal. Hyperinflatie sloopte de koopkracht van miljoenen mensen, grote aantallen arbeiders verloren hun baan, de levensverwachting van de bevolking daalde fors, en sterftecijfers overtreffen de geboortecijfers. De jaren negentig gaven een daling van de levensstandaard te zien die in vredestijd zelden vertoond was.

Intussen kreeg een kleine handvol mensen – vaak lieden met connecties in het oude machtsapparaat van de Communistische Partij - de kans zich immens te verrijken. Het land kent inmiddels vele tientallen miljardairs.

Democratie

De democratie die Jeltsin bracht is nogal betrekkelijk. In de eerste plaats was het loslaten van de totale greep van de eenpartijstaat al eerder gebeurd, onder partijleider Michail Gorbatsjov tussen 1985 en 1991. Jeltsin blokkeerde pogingen van bureaucraten om de partijmacht te herstellen, leunde daarbij op volkssteun, maar gebruikte die om zijn eigen machtspositie te versterken. Toen in 1993 het – in 1990 in min of meer vrije verkiezingen gekozen – parlement zich verzette tegen Jeltsins decreet om dat parlement te ontbinden – liet hij het parlementsgebouw door tanks beschieten en door militairen bestormen. Vervolgens drukte hij via een frauduleus referendum een nieuwe grondwet door. Daarin kreeg de president – hijzelf dus – veel macht om per decreet te regeren. De huidige president Vladimir Poetin kan dus gewoon zijn autoritaire bewind uitbouwen binnen de door Jeltsin gelegde grondwettelijke fundamenten.

Toen hij in 1996 zich verkiesbaar stelde voor een tweede ambtstermijn, won hij die verkiezingen op wel heel dubieuze wijze. Massale Westerse steun en adviseurs moesten eraan te pas komen om van een schamele 3 procent in de opiniepeilingen op te klimmen tot ruime winnaar.

Bron(nen)

Bron(nen):
De tekst op deze pagina is voor een deel afkomstig van:


Persoonlijke instellingen